Overgang naar IPv6 grotere uitdaging dan Y2k en Euro bij elkaar
Naast klimaatverandering, economische crises en pandemieën is er een nieuwe dreiging op komst, die nog maar weinig onderkend wordt: binnen enkele jaren zullen alle beschikbare Internetadressen uitgedeeld zijn. Dit betekent dat nieuwe gebruikers – in ontwikkelende landen in bijvoorbeeld Azië en Afrika, maar ook nieuwe mobiele telefoons, auto’s en koelkasten – niet op het huidige Internet aangesloten kunnen worden.
Het probleem wordt veroorzaakt door de kleine omvang van het adresveld in het huidige Internet Protocol, versie 4 (IPv4). Dit bestaat uit 32 bits, waarmee 2 tot de macht 32 is ongeveer 4,3 miljard IP-adressen uitgegeven kunnen worden. Hoewel oorspronkelijk gedacht werd dat dit voor altijd voldoende zou zijn, geven de laatste voorspellingen aan dat de adressen rond eind 2012 allemaal uitgedeeld zullen zijn.
Uiteraard is het toekomstige tekort aan IPv4-adressen al veel eerder onderkend, en daarom is ongeveer 15 jaar geleden IP versie 6 (IPv6) in het leven geroepen. IPv6 heeft een adresveld van 128 bits, waardoor per vierkante millimeter aardoppervlak evenveel adressen als in heel IPv4 toegekend kunnen worden. Probleem opgelost, zou je denken. Maar helaas: omdat IPv4 en IPv6 niet met elkaar kunnen communiceren en het vertalen van het ene protocol in het andere teveel rekenkracht vergt van netwerksystemen, zal er een wereldwijde migratie moeten plaatsvinden. Maar omdat dit vooral geld kost en weinig voordelen oplevert, zijn de meeste bedrijven hier nog helemaal niet mee begonnen. En waar tijdens de ontwikkeling van IPv6 nog gedacht werd dat er tijd genoeg was om te migreren, begint de klok inmiddels te tikken.
Het scenario waar we dus op afstevenen als er niet snel actie ondernomen wordt, is dat van twee werelden die niet met elkaar kunnen communiceren. Nu is het voor de meeste mensen geen ramp als ze met hun webbrowser geen Chinese websites kunnen bezoeken, maar het wordt een ander verhaal wanneer consumenten met hun nieuwe mobiele telefoon niet kunnen Internetbankieren of softwareleveranciers hun klanten geen updates kunnen sturen. Vrees is ook dat organisaties met een groot tekort aan adressen deze zullen gaan kapen van organisaties die veel meer adresruimte hebben dan ze gebruiken, zoals grote bedrijven die al bestonden in de begintijd van het internet. Economische en politieke conflicten liggen dan op de loer.
Bij het inventariseren van wat er allemaal moet gebeuren voor de migratie is het handig om drie groepen te onderscheiden: consumenten, netwerkaanbieders en overige bedrijven. De laatste groep baart ons nog het meeste zorgen. Waar vrijwel alle netwerkaanbieders al bezig zijn met IPv6, is dit bij de meeste andere bedrijven nog niet het geval. En dat terwijl de migratie naar IPv6 vrijwel alle systemen raakt, omdat bijna overal wel een, straks verouderd IP4-adres in gebruikt wordt. Met name bij oudere, speciaal ontworpen applicaties en systemen waarvan de ontwikkelaars al lang vertrokken zijn en/of leveranciers geen ondersteuning meer voor bieden, kunnen grote problemen verwacht worden. Dit is dan ook de reden dat de migratie naar IPv6 vaak gezien wordt als een grotere uitdaging dan die van de Millenniumwisseling en de overgang naar de Euro bij elkaar (maar dan zonder absolute deadline).
Wat moet er dan nu gedaan worden? Allereerst roepen wij bedrijven op zo snel mogelijk in kaart te brengen hoeveel adresruimte ze nog beschikbaar hebben, en wat er allemaal moet gebeuren voor een migratie naar IPv6. Verder dienen zij uitsluitend nog hardware en software aan te schaffen die voorbereid is op IPv6. Daarnaast zien wij een rol voor de Overheid weggelegd. Want omdat er geen op korte termijn geen positieve business case voor migratie naar IPv6 is, zien wij grote overeenkomsten met de klimaatproblematiek. Maar waar Al Gores presentatie een groot publiek bereikte, lijkt de waarschuwing over IPv6 van ongeveer een jaar geleden door Vint Cerf – mede-oprichter van het Internet en nu vicepresident van Google –in ieder geval in het Nederlandse bedrijfsleven totaal niet doorgedrongen te zijn. Het Ministerie van Economische Zaken zou er dan ook goed aan doen om de diverse brancheverenigingen dringend aan te sporen haar leden alsnog voor te lichten over het naderende probleem. Verder zijn we het volledig eens met de stelling van Erik Huizer van de door de Europese Commissie opgerichte IPv6 Taskforce, dat de Nederlandse Overheid – in navolging van de Verenigde Staten en Japan – alleen nog zaken moet doen met leveranciers die IPv6 ondersteunen. Tenslotte denken wij aan subsidieregelingen voor de aanschaf van IPv6-geschikte apparatuur en het uitvoeren van IPv6-migratieprojecten – dit alles geheel analoog aan de bestaande en succesvolle regelingen op het gebied van energiebesparing.